Job Koelewijn
101 keer waar het op aan komt (2013)

Collectie UPC Duffel (enkel bij evenementen met geluid) 

Job Koelewijn installeerde voor de tweede Triënnale “What matters – Waar het op aan komt” dit monumentale billboard in de vorm van een Marshall-versterker. Je hoort het gedicht van W.M. Roggeman: “Waar het op aan komt”, voorgelezen door 101 verschillende personen. Doordat de tekst niet feilloos wordt voorgedragen, voelt het menselijk en broos. Het geheel klinkt als een oneindige, meditatieve mantra.
 

Wesley Meuris
A monastery operating as a hospital for the insane (2013)

Collectie UPC Duffel (enkel op afspraak te bezichtigen) 

Wesley Meuris maakt kunstwerken in de vorm van architecturale tekeningen en constructies. In zijn grondplannen verwijst hij naar de clichématige bestemmingen van archetypische gebouwen. Daarnaast stelt hij architecturale basisconventies wat betreft materiaal, proporties en indeling, in vraag. Op die manier komen bekende vormen en gebouwen zowel herkenbaar als  vreemd over. Dit werk verwijst ongewild naar de geschiedenis van het Psychiatrisch Ziekenhuis.
 

Dirk Braeckman
Alexia (2011)

Collectie UPC Duffel

Dirk Braeckman maakt gebruik van analoge fotografie. Hij ontwikkelt een heel eigen beeldtaal waarin de beelden- en informatiestroom verstild achterblijven. Braeckmans fotografische beelden tonen anonieme onderwerpen uit zijn directe omgeving.  Deze beelden zijn zowel intiem als afstandelijk. Ze ontsluieren zich pas na intens kijken. Er ontstaat een besloten, geïsoleerde wereld, los van plaats, tijd en emotie, waarvan de betekenis open blijft.

Christian Ch’an
Arkhief (2009)

Collectie UPC Duffel

Het objet trou(v)é is een plastisch antwoord op het Restpaviljoen van Vanden Meersch. Het symboliseert het denken, dat de werkelijkheid kadert. Het frêle karakter wijst echter vooral op iets dat taal overstijgt: een leegte waarin stilte heerst. De open  wanden fungeren als vensters op de werkelijkheid: de toeschouwer ziet mensen en dingen komen en gaan. Maar wat er ook in  verschijnt, enkel de constructie zelf blijft steeds achter, als een lege spiegel.

Frederik Van Simaey
Atlas (2018)

Collectie UPC Duffel

Een heftruck dient om lasten op te tillen en te verplaatsen. Door het object fysiek te kantelen en het een nieuwe naam te geven,  wordt een nieuwe werkelijkheid gecreëerd. Tillen en verplaatsen, wordt dragen. Heftruck wordt Atlas, verwijzend naar de  mythologische figuur die het hemelgewelf op zijn schouders torst. Dit werk stelt fundamentele vragen over de psychische  draagkracht en draaglast van de mens.

Wim Cuyvers
Gebouwtje zonder fundering op slechte grond (2018)

Collectie UPC Duffel

Dit rudimentair gebouwtje werd rechtstreeks gemetseld op het grasveld, zonder enige vorm van fundering. De dakstructuur bestaat uit onbehandelde balken en planken, met daarop een simpele roofing. De passant vindt er een toevluchtsoord, waar hij zich kan onttrekken aan de (semi-)publieke ruimtes, waarbinnen hij wordt gemanipuleerd. Het is een ‘refuge’, waar men zich in veiligheid kan brengen. Maar het is ook een ‘ruimte van het verlies’: verlies van tijd, doel, nut … waar er niets te winnen valt, behalve de confrontatie met de eigen existentie.

Lotte Van den Audenaeren
Glas in magnolia (2018)

Collectie UPC Duffel

Groei, bloei & verval maken inherent deel uit van het leven. Het glazen volume dat in de magnolia boom werd bevestigd, maakt de  seizoenen door: eerst wacht het, als een bloemknop, op het einde van de winter. In de lente wordt het volume omringd door welriekende, prachtig-reusachtige bloemen, die jammerlijk maar kort bloeien. Ook het glas is kwetsbaar, fragiel en zodoende  mogelijks maar kortstondig aanwezig. Of net niet, wanneer het met zorg en respect wordt behandeld. In een samenleving waar voornamelijk succes primeert, verplaatst dit werk de focus: de imperfectie en het oncontroleerbare worden erkend.

Thierry De Cordier
Kapel van het Niets (2007)

Collectie UPC Duffel*

Het UPC Duffel gaf opdracht om een stille ruimte te bouwen, als eerbetoon aan de zusters van het Convent van Betlehem,  de initiatiefnemers van het ziekenhuis. De Cordier herleidde de ruimte tot haar naakte essentie, namelijk een zwarte lege doos. Langs één kant steekt een grote witte muur door een opening in het dak. De Kapel van het Niets confronteert de bezoeker tussen de  witte muren met zichzelf en genereert hierdoor intense momenten van zelfreflectie en spiritualiteit. 

*De kapel is binnen te bezoeken van maandag tot vrijdag tussen 12u30 en 16u30 of na afspraak.

Mia Missinne
Molen (2013)

Collectie UPC Duffel

Dit acht meter hoge, uitvergrote stalen speelgoedwindmolentje van Mia Missinne herinnert ons aan onze onbezorgde, rustige en overzichtelijke jeugd. Dit nostalgisch beeld staat in schril contrast met onze complexe geglobaliseerde maatschappij waarin economische belangen en individualiteit hoogtij vieren. Het windmolentje draait niet meer: er blijft alleen verstilde nostalgie achter.

Maarten Vanden Eynde
Restauration du Lac de Montbel (2003)

Collectie UPC Duffel

In dit contexgebonden werk zien we hoe Maarten Vanden Eynde het uitgedroogde meer van Montbel restaureert. Met deze eenvoudige handeling stelt hij vragen over de opwarming van de aarde en de klimaatverandering. De ultieme vraag blijft of de voorspelde temperatuurstijgingen kunnen gestopt worden, conform het Verdrag van Kyoto.

Els Vanden Meersch
Restpaviljoen (2009)

Collectie UPC Duffel

Restpaviljoen is opgebouwd uit recuperatiemateriaal van een intussen afgebroken paviljoen van het UPC Duffel. Het is een  voorstelling van een sanitaire ruimte uit de ‘oude’ psychiatrie. Het gebrek aan privacy wordt sterk benadrukt: de wastafels staan dicht bij elkaar, de halve bol in het plafond weerspiegelt alles, zelfs de muren zijn transparant. De kunstenares toont niet enkel een beeld uit het verleden, ze roept ook actuele vragen op over zorg en privacy.

Katrien Vermeire
Shiretoko #1 (2010)

Collectie UPC Duffel

Deze foto confronteert ons met de eindeloze uitgestrektheid van de zee. De vibraties en rimpelingen op het water gaan ongemerkt over in het blauw van de lucht. Het gevoel van perspectief, houvast en diepte is bijna volledig verdwenen. Dit quasi monochrome beeld krijgt hierdoor een sacraal / meditatief karakter.

Orla Barry
The Stone Garden (2010)

Collectie UPC Duffel

De Ierse kunstenares Orla Barry creëerde een verzonken zitput. The Stone Garden is qua vorm en materiaal gebaseerd op  traditionele Ierse ontmoetingsplaatsen. In de bodem van de zitput vormen gekleurde keien de woorden “it’s nearly summer – it’s nearly spring – it’s nearly autumn – it’s nearly winter”. In de kuil word je geconfronteerd met de stroom van je leven.

Monique Donckers
Transit (1998)

Collectie UPC Duffel

Vier bevroren figuren in beton. De beweging lijkt van het ene moment op het andere gestopt. Werden ze gestoord? Wisten ze het plots niet meer? Is het een stilte voor de rush naar de finish? Hoewel ze met z’n vieren zijn, lijken ze eenzaam. Toch verraadt hun houding zowel kracht als fragiliteit. Onrust, verstilling maar ook berusting. Elk moment kunnen ze uit hun betonnen stilte breken en verder stappen met herwonnen kracht.

Aeneas Wilder
Untitled #151 (2010)

Collectie Woon- en Zorghuis Hof Van Arenberg

De houten sculptuur is opgebouwd uit balken die samen een bol vormen. Men kan de structuur betreden en er – alleen of met anderen – in plaatsnemen. Het is geen afgesloten ruimte. Doorheen de wanden zie je de omgeving: de buitenwereld treedt onherroepelijk binnen. Kijk je echter naar boven, dan zie je enkel de balken en de wolken. De analogie met een sacrale  bezinningsruimte kan de bezoeker niet ontgaan.

Kris Martin
Untitled (2000, 2018)

Collectie UPC Duffel

Kris Martin liet een nooit gerealiseerd idee uit 2000 uitvoeren. Een bosje wilgen (salix) werd aangeplant en, apart van het bosje, een treurwilg (salix pendula). In het bosje heerst een grote concurrentiestrijd om licht, dat hier immers de meest sturende factor is voor groei. De oorspronkelijk uitgesloten, solitaire boom kent deze concurrentie niet en zal uitgroeien tot een grote boom met een prachtig bladerdek. Met deze eenvoudige ingreep wijst de kunstenaar erop dat uitsluiting en anders-zijn ook positieve effecten kunnen hebben.

Momenteel in bruikleen

Anno Dijkstra
The Chaos (2019)

Bruikleen UPC Duffel

De Nederlandse kunstenaar Anno Dijkstra toont de afgebroken arm van een kermisattractie, geabstraheerd en het aantal stoeltjes gereduceerd tot één exemplaar. De kermisattractie is een overdrachtelijk beeld. Onze maatschappij biedt spektakel en prikkels. Maar ’Van te veel spektakel wankelt men allicht’. Deze beroemde zin van de dichter/kunstenaar Lucebert, geeft scherp aan dat een teveel aan prikkels een keerzijde heeft. Stevig vastgeklemd in de rubberen banden van de stoeltjes, wanen we ons veilig. Echter, in de enorme vermaakmachines met hun grote metalen armen, gemaakt door onszelf, lijkt de menselijke maat zoek. Ze laten zien hoe grotere maatschappelijke en biologische krachten kunnen doorwerken in een individu en deze in haar greep houden.