Het verhaal van

Jan Onsea,

 

Kwaliteitscoördinator

 

 

"Vroeger dachten we natuurlijk ook na over kwaliteit.

Nu registreren we alles veel explicieter en ontwikkelen we verbeterprojecten." 

Ik startte in PZ Duffel als klinisch psycholoog. We stonden toen, einde jaren ’70, met 4 psychologen in voor 1250 patiënten. Gelukkig zijn die aantallen intussen veranderd!

Toen in 1996 vanuit de overheid het registratiesysteem MPG (minimale psychiatrische gegevens) werd opgelegd, heb ik voor deze functie gesolliciteerd. MPG houdt in dat er per patiëntenbeweging, bv. een opname of een transfer, een “blok” aan informatie wordt ingevuld. Mijn taak bestond er in om de juiste bundel vragen aan de afdeling te bezorgen bij zo’n beweging en het proces op te volgen. Ook vandaag worden deze “blokken” nog steeds ingevuld. Er zijn wel enkele stukken uit verdwenen, zo wordt er niet meer per patiënt de intensiviteit van ontwikkelde zorgactiviteiten gescoord.

Het interessante hieraan was dat we statistieken konden opstellen. Zo kwamen de eerste instellings- en afdelingsverslagen tot stand. We vroegen dan aan de afdelingen om op basis van deze cijfers hun werking te evalueren en hun verwachtingen voor de komende jaren op te stellen. Een soort voorloper van de huidige blauwdrukken dus. Een blauwdruk is een gestandaardiseerd document met vaste rubrieken om de werking van de afdeling consequent te omschrijven.

Begin deze eeuw zorgde het Vlaamse Kwaliteitsdecreet ervoor dat we een kwaliteitshandboek opstelden. Er kwam meer en meer nadruk te liggen op de kwaliteitscyclus (plan, do, check, act/adjust) en op het vastleggen van handelingen in procedures om de kwaliteit van de zorg te borgen. Om ook dit in mijn takenpakket mee op te nemen, volgde ik een extra opleiding.

In 2007 sloten we een contract af met de federale overheid. In dit contract ligt de nadruk vooral op patiëntveiligheid. Zo startten we de registratie van “incidenten in de patiëntenzorg” in een goed veiligheids-managementsysteem.

Omdat het hele kwaliteitsverhaal steeds uitgebreider werd, kwam er in die periode een extra collega die mee het kwaliteitsgebeuren opvolgt en coördineert.

In de toekomst zal de focus vooral liggen op werken met indicatoren. Ook zullen er meer interne en externe (deel)visitaties en audits gebeuren, waarbij collega voorzieningen elkaars processen evalueren. Op die manier kunnen we van elkaar leren.

Vroeger dachten we natuurlijk ook na over kwaliteit, maar nu wordt alles veel explicieter geregistreerd en gemanaged via verbeterprojecten. Soms zorgt deze “drang naar cijfers” voor wat weerstand op de afdelingen. Echter, op basis van deze cijfers weten we of we kwaliteit bieden, of we een verbeteringsproces moeten opstarten en in welke mate we de beoogde doelstellingen realiseren.